Aangifte inkomstenbelasting van een overledene (F-formulier)
De aangifte inkomstenbelasting van een overledene gaat met het F-formulier en moet vóór 1 mei na het jaar van overlijden binnen zijn. Met een nabestaandenmachtiging kunt u online 4 maanden uitstel vragen.
Laatst gecontroleerd op 15 sep 2026 · bron: Belastingdienst
Na een overlijden lopen er twee aangiftes naast elkaar, en die worden vaak door elkaar gehaald. De erfbelasting gaat over wat de erfgenamen krijgen. De inkomstenbelasting gaat over het inkomen van de overledene zelf, tot en met de dag van overlijden.
Die tweede aangifte levert vaak geld op in plaats van dat er betaald moet worden. Dat maakt hem het aanpakken waard.
Het F-formulier
Voor de aangifte van een overledene bestaat een eigen formulier: het F-formulier. Als nabestaande krijgt u dat toegestuurd. U kunt het ook opvragen bij de BelastingTelefoon voor nabestaanden.
De Belastingdienst schrijft de nabestaanden meestal binnen vijf maanden na het overlijden aan. Komt er niets, dan kunt u zelf het formulier aanvragen.
De termijn
De aangifte moet vóór 1 mei na het jaar van overlijden binnen zijn. Bij een overlijden in 2026 is dat dus vóór 1 mei 2027.
Met een nabestaandenmachtiging kunt u online uitstel aanvragen. Dat geeft vier maanden extra.
Let op het verschil met de erfbelasting. Die heeft sinds 2026 een termijn van twintig maanden na het overlijden. De inkomstenbelasting houdt gewoon de jaarlijkse cyclus aan. Twee aangiftes, twee klokken.
Waarom het vaak geld oplevert
Loonheffing en voorlopige aanslagen zijn berekend op een heel jaar inkomen. Overlijdt iemand in maart, dan is er over die maanden te veel ingehouden, terwijl de heffingskortingen voor het hele jaar gelden.
Daar komen aftrekposten bij die in het overlijdensjaar nog meetellen: hypotheekrente, specifieke zorgkosten, giften.
Het resultaat is dat er in veel gevallen geld terugkomt naar de nalatenschap. Dat bedrag is dan een bezitting die meetelt voor de erfbelasting, net als een banksaldo.
Wat er in uw situatie speelt, hangt af van het inkomen en de aftrekposten van de overledene. Doe de Regelcheck om te zien wat er bij u aan de orde is. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.
Hoe eerder in het jaar iemand overlijdt, hoe groter het effect meestal is. Bij een overlijden in januari is er over één maand loonheffing ingehouden tegen een tarief dat op twaalf maanden was berekend. Bij een overlijden in november is het verschil vaak klein. Dat is geen reden om de aangifte over te slaan: ook een teruggaaf van een paar honderd euro hoort in de nalatenschap.
Zo doet u de aangifte
- Wacht de brief af of vraag het F-formulier aan. Zonder dat formulier kunt u de aangifte van een overledene niet doen.
- Regel een nabestaandenmachtiging als u het online wilt doen of uitstel wilt aanvragen.
- Verzamel de jaaropgaven van werkgever, pensioenfonds, uitkeringsinstantie en bank, over de periode tot het overlijden.
- Zoek de aftrekposten op: hypotheekrente, zorgkosten, giften. Vergeet niet dat die alleen tellen tot de overlijdensdatum.
- Dien in vóór 1 mei na het jaar van overlijden, of vraag tijdig uitstel.
De partner heeft een keuze
Was de overledene uw fiscale partner, dan kunt u ervoor kiezen om het hele jaar van overlijden als fiscale partners te worden aangemerkt.
Dat kan gunstig uitpakken, bijvoorbeeld bij het verdelen van aftrekposten of van het vermogen in box 3. Het kan ook ongunstig zijn; het hangt af van de inkomens en het vermogen.
Reken beide varianten door voordat u kiest, of laat dat doen. Het is een keuze die u één keer maakt en die over het hele jaar doorwerkt.
Wat u nodig heeft
De aangifte van een overledene lijkt op een gewone aangifte, maar loopt tot de overlijdensdatum in plaats van tot 31 december. Dat maakt de jaaropgaven net anders dan u gewend bent.
Verzamel de jaaropgave van de werkgever of de uitkeringsinstantie over de periode tot het overlijden, en die van pensioenfondsen en verzekeraars.
Zoek de jaaropgaven van banken en beleggingsrekeningen op, met de standen per 1 januari van het overlijdensjaar.
Neem de hypotheekgegevens mee: de betaalde rente tot de overlijdensdatum en de WOZ-waarde van de woning.
Verzamel de aftrekposten die nog gelden: specifieke zorgkosten, giften, en eventuele alimentatie.
En zoek de voorlopige aanslagen van het overlijdensjaar op. Wat er al is betaald of ontvangen, wordt daarmee verrekend.
De volgorde in de eerste maanden
Veel nabestaanden vragen zich af wat er eerst moet. Deze volgorde werkt in de praktijk het best.
Meld het overlijden bij de bank en vraag de saldoverklaring aan. Dat duurt het langst en is voor beide aangiftes nodig.
Wacht de brief van de Belastingdienst af over de aangifte inkomstenbelasting. Die komt meestal binnen vijf maanden.
Regel de nabestaandenmachtiging zodra u weet dat u de aangifte gaat doen. Zonder die machtiging kunt u niet online werken en geen uitstel aanvragen.
Doe de aangifte inkomstenbelasting vóór 1 mei na het jaar van overlijden. Die termijn komt eerder dan die van de erfbelasting.
Vergeet ten slotte de gemeentelijke belastingen niet. Gemeenten en waterschappen sturen hun eigen aanslagen en hebben een eigen procedure na een overlijden. Dat gaat niet automatisch mee met de aangifte bij de Belastingdienst; meld het daar apart.
Werk daarna verder aan de erfbelasting. Daarvoor heeft u sinds 2026 twintig maanden; zie De nieuwe aangiftetermijn van 20 maanden per 2026.
Als de overledene een onderneming had
Had de overledene een eenmanszaak of was hij vennoot, dan is de aangifte inkomstenbelasting ingewikkelder dan een gewone F-aangifte.
De onderneming wordt fiscaal beëindigd op de overlijdensdatum. Dat betekent dat er met stille reserves, een oudedagsreserve en desinvesteringen gerekend moet worden. Dat levert vaak een afrekening op die niet vanzelfsprekend is.
Zetten de erfgenamen de onderneming voort, dan zijn er regelingen om die afrekening door te schuiven. Die moeten wel tijdig worden ingeroepen.
Dit is geen aangifte om zelf te doen. Schakel de accountant of de belastingadviseur in die de onderneming al kende; die heeft de cijfers en kent de geschiedenis.
Let er tegelijk op dat deze aangifte losstaat van de erfbelasting en van de bedrijfsopvolgingsregeling. Drie regelingen, drie beoordelingen, één nalatenschap.
Wat er vaak misgaat
De aangifte wordt overgeslagen omdat “er toch niets te betalen valt”. Juist dan staat er vaak geld tegenover: teruggaaf die de nalatenschap in komt.
De termijn wordt verward met die van de erfbelasting. Vóór 1 mei na het jaar van overlijden, niet twintig maanden.
De teruggaaf wordt vergeten in de aangifte erfbelasting. Het is een vordering op de Belastingdienst en dus een bezitting van de nalatenschap.
De partnerkeuze wordt gemaakt zonder te rekenen. Soms is het hele jaar partnerschap juist nadelig.
De machtiging wordt te laat geregeld, waardoor online werken of uitstel vragen niet lukt.
Veelgestelde vragen
Wie moet het F-formulier invullen?
Een van de nabestaanden of de executeur. U kunt het ook door een adviseur laten doen; die werkt dan met een machtiging.
Krijgen we de teruggaaf op de rekening van de overledene?
Die rekening is vaak geblokkeerd. Geef daarom een rekeningnummer op waarop de Belastingdienst kan uitbetalen, meestal van de nabestaande die de afwikkeling doet.
Moet er ook aangifte over eerdere jaren?
Als er nog aangiftes openstaan, moeten die ook gedaan worden. Dat blijkt meestal uit de post van de Belastingdienst.
Telt de teruggaaf mee voor de erfbelasting?
Ja. Het is een bezitting van de nalatenschap op de overlijdensdatum, ook als het geld pas later binnenkomt.
Wat gebeurt er met toeslagen?
Die lopen apart en worden definitief berekend. Kijk de post daarop na; een nabetaling of terugvordering kan de nalatenschap raken.
Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort