Naar de hoofdinhoud
Nabestaandenplanner
Menu

Wezenpensioen voor kinderen

Kinderen van een overleden ouder kunnen 2 soorten inkomen krijgen: het wezenpensioen van het pensioenfonds van de overleden ouder, meestal tot 18, 21 of 25 jaar volgens het reglement, en, als beide ouders zijn overleden, de wezenuitkering van de SVB tot en met 20 jaar, vanaf 1 juli 2026 bruto € 558,26 tot € 1.094,75 per maand afhankelijk van de leeftijd. Beide vraagt de verzorger of het kind zelf aan; het wezenpensioen bij elk fonds, de wezenuitkering bij de SVB.

Laatst gecontroleerd op 20 sep 2026 · bron: SVB, Bedragen wezenuitkering

Team NabestaandenPlannerredactie · bijgewerkt op 20 sep 2026Over de Regelcheck

Een kind dat een ouder verliest, verliest ook een deel van het inkomen waarvan het werd opgevoed. Daarvoor bestaan twee regelingen die vaak door elkaar worden gehaald: het wezenpensioen van het pensioenfonds, en de wezenuitkering van de overheid. Ze hebben andere voorwaarden en andere leeftijdsgrenzen.

Twee regelingen naast elkaar

WezenpensioenWezenuitkering (Anw)
Wie betaaltHet pensioenfonds of de verzekeraar van de overleden ouderDe SVB
WanneerBij het overlijden van een ouder die pensioen opbouwde, ook als de andere ouder leeftAls de laatste ouder is overleden
Tot welke leeftijdVolgens het reglement, vaak 18, 21 of 25 jaar, soms alleen bij studieTot en met 20 jaar, met extra voorwaarden vanaf 16
HoogteEen percentage van het partnerpensioen, per kind, volgens het reglementVast bedrag per leeftijdsgroep
AanvragenBij elk fonds, door de verzorgende ouder of voogdBij de SVB

Het wezenpensioen komt dus ook als één ouder leeft. De wezenuitkering van de SVB is er alleen voor een kind van wie de laatste ouder is overleden.

Het wezenpensioen van het fonds

Bijna elke pensioenregeling kent naast het partnerpensioen een wezenpensioen. De Rijksoverheid noemt het: voor wezen is er mogelijk een wezenpensioen, en in de pensioenregeling staat hoeveel partner en kinderen tot 25 jaar kunnen krijgen en voor hoe lang.

De hoogte is een percentage per kind, vaak van het partnerpensioen, en verdubbelt in veel regelingen als beide ouders zijn overleden. Onder de nieuwe pensioenregels, uiterlijk vanaf 1 januari 2028, krijgen kinderen tot 25 jaar bij een overlijden vóór de pensioendatum een percentage van het laatste loon.

De leeftijdsgrens verschilt. Sommige fondsen stoppen bij 18, andere bij 21 of 25, soms alleen zolang het kind studeert. Lees het reglement, of vraag het fonds.

De wezenuitkering van de SVB

De SVB omschrijft de wezenuitkering als een bijdrage voor de maandelijkse kosten van opvoeding en verzorging van iemand van wie de laatste ouder is overleden. Zij is er voor iedereen tot en met 20 jaar. De laatst overleden ouder moet op de dag van overlijden verzekerd zijn geweest, meestal doordat hij in Nederland woonde of werkte.

De bedragen vanaf 1 juli 2026 zijn bruto per maand. Tot en met 9 jaar € 558,26, van 10 tot en met 15 jaar € 826,50, van 16 tot en met 20 jaar € 1.094,75. Daar komt vakantiegeld bij. Voor wezen van 16 tot 21 jaar gelden extra voorwaarden, bijvoorbeeld dat zij onderwijs volgen of voor het huishouden zorgen.

De uitkering mag worden opgespaard, bijvoorbeeld voor een studie later; de SVB zegt dat zelf.

Zo vraagt u het aan

  1. Bepaal welke regeling geldt. Leeft de andere ouder nog, dan alleen het wezenpensioen van het fonds. Zijn beide ouders overleden, dan beide.
  2. Vind de pensioenuitvoerders van de overleden ouder via jaaropgaven, pensioenoverzichten en bankafschriften. Vergeet oude werkgevers niet.
  3. Meld het overlijden bij elk fonds en vraag het wezenpensioen aan, met de akte van overlijden, de geboorteakte of een uittreksel van het kind, en de gegevens van de verzorger.
  4. Vraag de wezenuitkering aan bij de SVB als de laatste ouder is overleden. Dat doet de voogd of, vanaf 18 jaar, het kind zelf.
  5. Regel wie het geld beheert. Voor een minderjarig kind beheert de ouder of voogd. Bij grotere bedragen of op verzoek van de kantonrechter kan een rekening met BEM-clausule nodig zijn.
  6. Geef veranderingen door: het einde van een studie, een verhuizing, een eigen inkomen van het kind. Beide regelingen kennen voorwaarden die daardoor kunnen vervallen.

Wie het geld beheert

Wezenpensioen en wezenuitkering zijn van het kind. Is het kind minderjarig, dan beheert de ouder met gezag of de voogd het geld als goede bewindvoerder. Hij gebruikt het voor de verzorging en opvoeding van het kind.

Bij een voogd is er toezicht van de kantonrechter. Die kan om een rekening en verantwoording vragen. Zet het geld daarom op een rekening op naam van het kind en houd bij waarvoor het is gebruikt.

Is het kind 18, dan beslist het zelf. Het wezenpensioen wordt dan aan het kind uitbetaald, en het kind moet zelf wijzigingen doorgeven.

Welke regelingen voor de kinderen in uw situatie gelden en bij wie u ze aanvraagt, ziet u na de Regelcheck. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.

Belasting en toeslagen

Wezenpensioen en wezenuitkering zijn inkomen van het kind, niet van de verzorger. Het fonds en de SVB houden loonheffing in; de SVB laat op haar site zien wat netto overblijft met en zonder loonheffingskorting.

Voor de toeslagen van de verzorger telt het inkomen van een minderjarig kind niet mee. De SVB heeft een aparte pagina over wezenuitkering en toeslagen; lees die als het kind zelf huurt of studeert.

Voor de erfbelasting speelt het wezenpensioen mee bij de vrijstelling van het kind, op dezelfde manier als het partnerpensioen bij de partner. Geef het op in de aangifte.

Wat er vaak misgaat

De verzorgende ouder vraagt wel het partnerpensioen aan en vergeet het wezenpensioen.

Niemand weet dat het wezenpensioen ook komt als de andere ouder leeft.

Het geld komt op de rekening van de verzorger en vermengt met het gezinsinkomen.

Bij een studerend kind van 19 wordt niet gevraagd of het fonds tot 21 of 25 doorbetaalt.

De wezenuitkering wordt niet aangevraagd omdat de voogd denkt dat de SVB het zelf ziet.

Veelgestelde vragen

Krijgt mijn kind wezenpensioen als ik nog leef?

Ja, als de overleden ouder pensioen opbouwde en het reglement een wezenpensioen kent. De wezenuitkering van de SVB is er alleen als beide ouders zijn overleden.

Tot welke leeftijd loopt het wezenpensioen?

Dat staat in het reglement van het fonds: vaak 18, 21 of 25 jaar, soms alleen bij studie. De wezenuitkering van de SVB loopt tot en met 20 jaar.

Hoeveel is de wezenuitkering van de SVB?

Vanaf 1 juli 2026 bruto per maand: € 558,26 tot en met 9 jaar en € 826,50 van 10 tot en met 15 jaar. Van 16 tot en met 20 jaar € 1.094,75, plus vakantiegeld.

Wie beheert het geld van een minderjarig kind?

De ouder met gezag of de voogd, als goede bewindvoerder. Bij een voogd houdt de kantonrechter toezicht; bij grotere bedragen kan een rekening met BEM-clausule nodig zijn.

Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort

Nabestaandenplanner

Nabestaandenplanner.nl helpt u administratieve zaken te organiseren. De informatie is algemeen en vervangt geen juridisch, fiscaal of financieel advies. Keuzes die u maakt op basis van deze website zijn voor eigen rekening en risico. Lees de voorwaarden, waaronder onze aansprakelijkheid.