Vruchtgebruik van een erfenis: rechten en plichten
Vruchtgebruik geeft het recht om goederen van een ander te gebruiken en de opbrengst ervan te houden, terwijl de eigendom bij de erfgenamen blijft. Een echtgenoot kan het vruchtgebruik van de woning en inboedel eisen binnen 6 maanden na het overlijden, en van andere goederen binnen 1 jaar, als hij dat voor zijn verzorging nodig heeft.
Laatst gecontroleerd op 19 sep 2026 · bron: Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikel 29 tot en met 31
Vruchtgebruik is een van de oudste constructies in het erfrecht en nog steeds een van de meest gebruikte. Het lost een probleem op dat in bijna elk gezin speelt: de partner moet kunnen blijven wonen, en de kinderen moeten uiteindelijk erven.
Het splitst daarvoor de eigendom in twee delen.
Wat vruchtgebruik is
Vruchtgebruik geeft het recht om goederen die aan een ander toebehoren te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten.
De eigendom blijft bij de erfgenamen, die “blote eigenaar” worden genoemd. De vruchtgebruiker mag de woning bewonen, de huur van een verhuurd pand ontvangen, de rente van een spaarrekening houden.
Het vruchtgebruik eindigt in elk geval bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Dan valt de volle eigendom bij de blote eigenaren.
Bij een woning betekent dat: de partner woont er tot zijn dood. Daarna is het huis van de kinderen, zonder dat er nog iets hoeft te worden verdeeld.
Twee manieren waarop het ontstaat
Vruchtgebruik kan op twee manieren in een nalatenschap terechtkomen.
Via een testament. De overledene bepaalt dan zelf dat de partner het vruchtgebruik krijgt en de kinderen de blote eigendom. Dit heet een vruchtgebruiktestament.
Via de wet, als de partner het vraagt. Is de partner door het testament geen of niet enig rechthebbende op de woning en de inboedel? Dan zijn de erfgenamen verplicht mee te werken aan een vruchtgebruik voor de partner.
Die tweede route is het vangnet voor een partner die is onterfd of te weinig heeft gekregen.
De wettelijke rechten van de partner
De wet geeft de echtgenoot twee aanspraken die een testament niet kan wegnemen.
Het vruchtgebruik van de woning en de inboedel, als de partner die woning bij het overlijden bewoonde. De partner hoeft daarvoor geen behoefte aan te tonen.
Het vruchtgebruik van andere goederen van de nalatenschap. Dat geldt alleen voor zover de partner het voor zijn verzorging nodig heeft, de omstandigheden in aanmerking genomen.
De kantonrechter kan op verzoek van een erfgenaam bepalen dat het eerste recht niet geldt. Dat kan als de partner er, de omstandigheden in aanmerking genomen, geen behoefte aan heeft. Ook het tweede recht wordt bij een geschil door de kantonrechter beoordeeld.
De termijnen
Deze rechten werken niet vanzelf. De partner moet verklaren dat hij er aanspraak op maakt.
| Vruchtgebruik van | Uiterlijk verklaren binnen |
|---|---|
| Woning en inboedel | 6 maanden na het overlijden |
| Andere goederen | 1 jaar na het overlijden |
Een belanghebbende kan de partner ook een kortere, redelijke termijn stellen. Reageert de partner dan niet, dan vervalt het recht.
Daarnaast bestaat het recht om de woning en inboedel zes maanden na het overlijden te blijven gebruiken onder dezelfde voorwaarden als daarvoor. Dat recht geldt altijd, ook zonder verklaring.
Of u aanspraak moet maken en wanneer, hangt af van het testament. Doe de Regelcheck om te zien wat er bij u speelt. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.
Wat de vruchtgebruiker mag en moet
Het recht is ruim, maar niet onbeperkt.
De vruchtgebruiker mag de goederen gebruiken, de opbrengst houden en de woning bewonen. Bij een testamentair vruchtgebruik kan de overledene ook de bevoegdheid hebben gegeven om goederen te verkopen en de opbrengst te gebruiken. Dat heet verteringsbevoegdheid.
De vruchtgebruiker moet de goederen als een goed vruchtgebruiker beheren en de gewone lasten en het onderhoud dragen. Vragen de blote eigenaren om informatie, dan moet hij die geven.
Bij het einde van het vruchtgebruik moeten de goederen worden afgegeven. Zijn ze verteerd met toestemming, dan is dat geen probleem. Zijn ze verdwenen zonder bevoegdheid, dan kan de blote eigenaar verhaal halen.
Vruchtgebruik en erfbelasting
Voor de erfbelasting wordt het vruchtgebruik gewaardeerd op basis van de leeftijd van de vruchtgebruiker en een vast percentage. Een jonge partner heeft een vruchtgebruik dat meer waard is dan een oude.
De blote eigendom is het verschil tussen de volle waarde en het vruchtgebruik. De kinderen betalen erfbelasting over die blote eigendom, ook al kunnen zij er nog niets mee.
Bij het overlijden van de vruchtgebruiker groeit de blote eigendom aan tot volle eigendom. Daarover wordt in beginsel geen erfbelasting meer geheven.
De precieze berekening staat in het Uitvoeringsbesluit Successiewet en verschilt per leeftijd. Laat dit doorrekenen bij de aangifte.
Wat er vaak misgaat
De partner vergeet binnen zes maanden aanspraak te maken op het vruchtgebruik van de woning, en het recht vervalt.
Erfgenamen denken dat de partner de woning niet mag verkopen, terwijl het testament verteringsbevoegdheid geeft.
Erfgenamen denken dat de partner de woning wél mag verkopen, terwijl dat zonder hun medewerking niet kan.
Onderhoud blijft liggen omdat niemand weet wie het moet betalen. Gewone lasten en onderhoud zijn voor de vruchtgebruiker.
De kinderen vergeten dat zij erfbelasting betalen over de blote eigendom, ook al ontvangen zij niets.
Wanneer u een notaris nodig heeft
Het vestigen van een vruchtgebruik op een woning gaat via een notariële akte. Zonder notaris bestaat het niet.
Ook de uitleg van een vruchtgebruiktestament luistert nauw. Of er verteringsbevoegdheid is, of de vruchtgebruiker zekerheid moet stellen en wat er bij hertrouwen gebeurt, staat allemaal in de akte.
Bij een geschil over de behoefte aan verzorging beslist de kantonrechter. Dat geldt ook voor de vraag of de partner behoefte heeft aan het vruchtgebruik van de woning.
Vraag vooraf een offerte. De vestiging van een vruchtgebruik is werk dat notarissen regelmatig doen, en de kosten zijn een schuld van de nalatenschap.
Veelgestelde vragen
Kan de vruchtgebruiker de woning verkopen?
Alleen als het testament die bevoegdheid geeft, of als de blote eigenaren meewerken. Zonder dat kan de vruchtgebruiker de woning wel bewonen of verhuren, maar niet verkopen.
Wie betaalt het onderhoud van de woning?
De vruchtgebruiker draagt de gewone lasten en het gewone onderhoud. Bij grote reparaties hangt het af van de afspraken in de akte en van de wettelijke regels over buitengewoon onderhoud.
Wat gebeurt er als de vruchtgebruiker overlijdt?
Het vruchtgebruik eindigt en de blote eigenaren worden volle eigenaar. Er hoeft dan niets meer te worden verdeeld en er is in beginsel geen erfbelasting meer verschuldigd.
Kan een onterfde partner vruchtgebruik eisen?
Ja. Is de partner door het testament geen rechthebbende op de woning en inboedel, dan moeten de erfgenamen meewerken aan een vruchtgebruik. De partner moet daar wel binnen zes maanden aanspraak op maken.
Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort