Naar de hoofdinhoud
Nabestaandenplanner
Menu

Wettelijke verdeling: wat krijgt de langstlevende partner?

Bij de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot of geregistreerd partner alle bezittingen én alle schulden, en krijgt ieder kind een geldvordering ter grootte van zijn erfdeel. Die vordering is pas opeisbaar bij het overlijden, faillissement of de schuldsanering van de partner, en de partner kan de verdeling binnen 3 maanden bij de notaris ongedaan maken.

Laatst gecontroleerd op 19 sep 2026 · bron: Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikel 13 tot en met 18

Team NabestaandenPlannerredactie · bijgewerkt op 19 sep 2026Over de Regelcheck

De wettelijke verdeling is de regel die het vaakst voorkomt en het vaakst verkeerd wordt begrepen. Hij is bedoeld om de langstlevende partner te beschermen, en hij doet dat grondig.

Wie hem begrijpt, weet meteen waarom kinderen bij het eerste overlijden meestal niets ontvangen.

Wanneer de wettelijke verdeling geldt

De wettelijke verdeling van artikel 13 van Boek 4 geldt als iemand overlijdt zonder testament. Voorwaarde is dat hij een echtgenoot of geregistreerd partner én een of meer kinderen achterlaat.

Een testament kan bepalen dat de wettelijke verdeling buiten toepassing blijft. Veel testamenten doen juist het omgekeerde: ze bevestigen de wettelijke verdeling en vullen hem aan.

Voor samenwoners geldt de regel niet. Zij zijn geen echtgenoot en erven zonder testament niet van elkaar.

Wat de partner krijgt

De echtgenoot verkrijgt van rechtswege alle goederen van de nalatenschap. Dat gebeurt automatisch, zonder verdeling en zonder handtekening van de kinderen.

Daar staat tegenover dat de partner alle schulden van de nalatenschap voor zijn rekening moet nemen. Ook de uitgaven voor testamentaire lasten horen daarbij.

De partner kan de woning dus blijven bewonen, over het spaargeld beschikken en de auto houden. Niemand kan hem dwingen iets te verkopen om de kinderen uit te betalen.

Wat de kinderen krijgen

Ieder kind verkrijgt als erfgenaam een geldvordering op de partner, ter grootte van de waarde van zijn erfdeel.

Die vordering is opeisbaar in drie gevallen. Als de partner failliet wordt verklaard, als op hem de schuldsanering van toepassing wordt verklaard, of als hij overlijdt. Een testament kan daar gevallen aan toevoegen, bijvoorbeeld hertrouwen of opname in een zorginstelling.

De vordering wordt verhoogd met een percentage dat gelijk is aan de wettelijke rente, voor zover die hoger is dan zes procent. Is de wettelijke rente lager, dan groeit de vordering dus niet. Partner en kind kunnen samen een andere rente afspreken.

Een rekenvoorbeeld

Een man overlijdt en laat zijn vrouw en twee kinderen achter. De nalatenschap is na aftrek van schulden € 300.000 waard.

ErfgenaamErfdeelWat hij krijgt
Echtgenote1/3 = € 100.000Alle goederen, € 300.000
Kind 11/3 = € 100.000Vordering van € 100.000 op moeder
Kind 21/3 = € 100.000Vordering van € 100.000 op moeder

De moeder heeft € 300.000 in handen en een schuld van € 200.000 aan haar kinderen. Bij haar overlijden trekken de kinderen die schuld eerst af van haar nalatenschap, en erven zij daarna de rest.

Leg de hoogte van de vorderingen schriftelijk vast met de datum erbij. Bij het tweede overlijden, soms tientallen jaren later, is dat stuk het enige bewijs.

De erfbelasting bij het eerste overlijden

De kinderen moeten erfbelasting betalen over hun vordering, ook al krijgen zij het geld nog niet.

Omdat de kinderen moeten wachten, schiet de langstlevende ouder die erfbelasting voor. Dat bedrag vermindert de schuld aan de kinderen.

Is er geen rente afgesproken, dan wordt de vordering voor de erfbelasting lager gewaardeerd, omdat de partner een voordeel heeft door het uitstel. Bij een samengestelde rente van zes procent geldt die vermindering niet.

De partner zelf heeft een hoge vrijstelling, waardoor er bij het eerste overlijden vaak weinig of geen erfbelasting is verschuldigd.

Hoe dit in uw situatie uitpakt, hangt af van de rente en de omvang van de nalatenschap. Doe de Regelcheck om te zien wat er bij u speelt. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.

Ongedaan maken binnen drie maanden

De partner is niet verplicht de wettelijke verdeling te accepteren.

Hij kan de verdeling binnen drie maanden na het overlijden ongedaan maken. Dat gebeurt met een verklaring bij notariële akte, gevolgd door inschrijving in het boedelregister.

De verklaring werkt terug tot het moment van overlijden. De nalatenschap wordt dan gewoon verdeeld tussen partner en kinderen, ieder voor een gelijk deel.

Dat kan verstandig zijn als de partner de schulden niet wil dragen, of als de kinderen om fiscale redenen beter meteen kunnen erven. Een notaris kan dat doorrekenen; de termijn is kort.

Wilsrechten bij hertrouwen

De wet beschermt de kinderen tegen één specifiek risico: dat het vermogen via een nieuw huwelijk bij een stiefouder terechtkomt.

Doet de langstlevende ouder aangifte van een voornemen om opnieuw te trouwen, dan krijgt een kind een recht. Het kan vragen om overdracht van goederen ter waarde van zijn vordering. De ouder houdt daarvan meestal het vruchtgebruik.

Overlijdt de langstlevende ouder terwijl hij hertrouwd is, dan rust dezelfde verplichting op de stiefouder.

Deze rechten heten wilsrechten. Ze moeten door het kind worden ingeroepen; ze werken niet vanzelf.

Wat er vaak misgaat

Kinderen denken dat zij bij het eerste overlijden niets erven en doen geen aangifte, terwijl zij wel erfbelasting verschuldigd zijn over hun vordering.

De hoogte van de vorderingen wordt nooit vastgelegd. Bij het tweede overlijden weet niemand meer waar de kinderen recht op hebben.

De termijn van drie maanden voor het ongedaan maken verstrijkt voordat iemand heeft uitgezocht of dat verstandig was.

De partner betaalt kinderen alvast uit, zonder vast te leggen dat het om de vordering gaat. Dat kan als schenking worden gezien.

Er wordt aangenomen dat de wettelijke verdeling ook voor samenwoners geldt.

Wanneer u een notaris nodig heeft

De wettelijke verdeling werkt automatisch, maar drie momenten vragen om een notaris.

Bij de verklaring van erfrecht, die banken vaak vragen voordat zij rekeningen vrijgeven.

Bij het ongedaan maken van de verdeling, omdat dat alleen bij notariële akte kan en binnen drie maanden moet.

Bij het vastleggen van de vorderingen van de kinderen, als de familie dat niet zelf doet. Een notariële vaststelling voorkomt discussie bij het tweede overlijden.

Komen partner en kinderen er over de hoogte van de vordering niet uit, dan stelt de kantonrechter die op verzoek vast.

Veelgestelde vragen

Krijgen de kinderen echt niets?

Zij erven wel, maar krijgen een geldvordering op de langstlevende ouder. Die is pas opeisbaar bij diens overlijden, faillissement of schuldsanering, of in de gevallen die een testament noemt.

Moet de partner de kinderen rente betalen?

Alleen als de wettelijke rente hoger is dan zes procent, en dan alleen het deel daarboven. Partner en kind kunnen samen een andere rente afspreken. Dat heeft gevolgen voor de erfbelasting.

Kan de partner de woning verkopen?

Ja. De partner is eigenaar geworden van alle goederen en mag daarover beschikken. De kinderen hebben een vordering in geld, geen recht op een bepaald goed.

Geldt de wettelijke verdeling ook bij een geregistreerd partnerschap?

Ja. Een geregistreerd partner wordt in Boek 4 gelijkgesteld met een echtgenoot, dus de wettelijke verdeling geldt op precies dezelfde manier.

Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort

Nabestaandenplanner

Nabestaandenplanner.nl helpt u administratieve zaken te organiseren. De informatie is algemeen en vervangt geen juridisch, fiscaal of financieel advies. Keuzes die u maakt op basis van deze website zijn voor eigen rekening en risico. Lees de voorwaarden, waaronder onze aansprakelijkheid.