Checklist na een overlijden: het complete overzicht
Het volledige overzicht bestaat uit 4 fasen: de eerste 24 uur (arts en uitvaart), de eerste week (aangifte, akte, uitvaart binnen 6 werkdagen), de eerste maand (bank, verzekeringen, pensioen) en het eerste jaar (2 belastingaangiftes en de verdeling). Alleen in de eerste week gelden wettelijke termijnen.
Laatst gecontroleerd op 15 sep 2026 · bron: Rijksoverheid
Dit is het complete overzicht in vier fasen. Het is bewust in die volgorde opgezet: wat bovenaan staat heeft een termijn, wat onderaan staat heeft dat niet.
Gebruik het als naslag, niet als opdracht. Niemand doet dit in één keer.
Fase 1: de eerste 24 uur
- Bel een arts; die stelt de dood vast en maakt de verklaring van overlijden op.
- Zoek uit of er een uitvaartverzekering of uitvaartwens is.
- Bel de uitvaartverzekeraar of een uitvaartondernemer.
- Breng de naaste familie op de hoogte; verdeel dat werk.
- Beslis waar de overledene blijft tot de uitvaart.
Meer hoeft er in het eerste etmaal niet. Zie Wat moet u regelen in de eerste 24 uur na een overlijden?.
Fase 2: de eerste week
- Doe aangifte van overlijden bij de gemeente waar iemand is overleden.
- Vraag vijf tot tien afschriften van de akte van overlijden aan.
- Ontvang het verlof tot begraven of cremeren.
- Houd de uitvaart tussen 36 uur en zes werkdagen na het overlijden.
- Meld het overlijden bij de bank en vraag naar de rekening, de uitvaartnota en een saldoverklaring per overlijdensdatum.
- Bel de werkgever over openstaand loon en vakantiegeld.
- Zoek uit of er een testament is via het Centraal Testamentenregister.
- Maak een overzicht van de administratie, zonder al iets op te zeggen.
Fase 3: de eerste maand
- Meld het bij verzekeraars van woning, auto en aansprakelijkheid; zet over wat doorloopt.
- Vraag het nabestaandenpensioen aan bij elk pensioenfonds.
- Vraag zo nodig een Anw-uitkering aan bij de SVB.
- Meld het bij de hypotheekverstrekker; kijk of er een overlijdensrisicoverzekering is.
- Claim uitkeringen uit levens- en uitvaartverzekeringen.
- Zeg abonnementen en lidmaatschappen op of zet ze over.
- Regel de tenaamstelling van de auto, of schors het kenteken.
- Vraag de nabestaandenservice van PostNL aan.
- Beslis over het aanvaarden van de erfenis, liefst nadat u weet wat er aan schulden is.
Zie Wat moet u regelen in de eerste maand na een overlijden?.
Fase 4: het eerste jaar
- Doe vóór 1 mei na het overlijdensjaar de aangifte inkomstenbelasting van de overledene, met het F-formulier.
- Laat toeslagen aanpassen: huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget.
- Breng de nalatenschap in kaart: saldi, WOZ-waarde, schulden, uitvaartkosten.
- Doe binnen twintig maanden aangifte erfbelasting bij een overlijden vanaf 2026.
- Betaal de aanslag, of vraag tijdig uitstel of een betalingsregeling aan.
- Verdeel de nalatenschap en wikkel de woning af.
- Controleer de bankafschriften op incasso’s die nog doorlopen.
Wat u juist niet doet
- De woning leeghalen voordat de erfgenamen bekend zijn.
- De inboedel verdelen in de eerste weken.
- Spullen meenemen als aandenken; dat kan gelden als aanvaarden van de erfenis.
- Verzekeringen opzeggen die nog dekking moeten bieden.
- Rekeningen uit de nalatenschap betalen terwijl u niet weet of er schulden zijn.
Zie Wat u de eerste weken juist nog niet moet doen.
De termijnen in één oogopslag
| Wat | Termijn |
|---|---|
| Uitvaart niet eerder dan | 36 uur na het overlijden |
| Uitvaart uiterlijk | de 6e werkdag na het overlijden |
| Aangifte van overlijden | vóór de uitvaart |
| As bewaren na crematie | minimaal 1 maand |
| Aangifte inkomstenbelasting overledene | vóór 1 mei na het overlijdensjaar |
| Aangifte erfbelasting, overlijden vanaf 2026 | 20 maanden |
Welke van deze punten in uw situatie werkelijk spelen, verschilt sterk. Doe de Regelcheck om te zien wat er bij u op de lijst staat en welke termijn als eerste afloopt. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.
Zo gebruikt u dit overzicht
- Print het of zet het op één plek waar alle nabestaanden bij kunnen.
- Zet er namen bij. Wie doet wat; één contactpersoon voor organisaties.
- Noteer per regel de datum waarop het is gedaan en met wie u sprak.
- Streep door wat niet van toepassing is. Geen auto, geen huurwoning, geen onderneming: dat scheelt zo de helft.
- Kijk één keer per week, niet elke dag. De meeste regels hebben geen termijn.
Wat dit overzicht niet kan
Een algemene lijst is per definitie te lang voor de een en te kort voor de ander. Wie huurt, heeft niets aan de regels over een koopwoning. Wie geen auto had, slaat een kwart over.
Daar komt bij dat de volgorde per situatie verschilt. Bij een langstlevende partner ligt de nadruk op overzetten; bij een alleenstaande ouder op opzeggen en afwikkelen.
En het belangrijkste ontbreekt: wat er ín uw nalatenschap zit. Dat bepaalt of de erfbelasting een formaliteit is of een aanslag van tienduizenden euro’s.
Gebruik dit overzicht daarom als kaart, niet als route.
Bewaar wat u doet
Van alles wat u afvinkt, is één ding later nog nodig: het bewijs dat het gebeurd is.
Bewaar per organisatie de bevestiging, de datum en de naam van degene die u sprak. Dat hoeft geen archief te zijn; een map met scans volstaat.
Bewaar daarnaast de stukken die de nalatenschap raken: de akte van overlijden, de saldoverklaring, de WOZ-beschikking, de uitvaartnota, de aangiftes en de aanslagen.
Die map is niet voor nu. Hij is voor de aangifte over anderhalf jaar en voor een vraag van de Belastingdienst daarna. En voor het tweede overlijden in de familie, soms tientallen jaren later.
Hoe lang het gemiddeld duurt
Nabestaanden vragen bijna altijd hoe lang dit gaat duren. Een eerlijk antwoord bestaat uit twee delen.
De eerste fase is kort: binnen een week is de uitvaart geweest en is de aangifte gedaan. Dat deel voelt overweldigend maar is snel voorbij.
De afwikkeling daarna duurt maanden. Bij een eenvoudige nalatenschap — een huurwoning, een bankrekening, één erfgenaam — kan het in twee tot drie maanden rond zijn.
Zit er een koopwoning in, dan bepaalt de verkoop het tempo. Zijn er meerdere erfgenamen, dan bepaalt de traagste het tempo. Is er een onderneming of buitenlands vermogen, reken dan op een jaar of langer.
Die tijd is er ook: de aangifte erfbelasting mag tot twintig maanden na het overlijden.
Wat er vaak misgaat
Het overzicht wordt van boven naar beneden afgewerkt alsof alles even dringend is. Alleen fase 1 en 2 hebben termijnen.
Er wordt niets afgestreept, waardoor niemand ziet wat al gedaan is.
Eén persoon neemt de hele lijst op zich en houdt dat drie weken vol.
De regels die niet van toepassing zijn, blijven staan en maken de lijst ontmoedigend. Streep ze door.
Er wordt begonnen bij het moeilijkste punt. Begin bij wat geld kost of dekking raakt; dat is meestal ook het snelst geregeld.
Veelgestelde vragen
Moet ik dit allemaal zelf doen?
Nee. Een deel gaat automatisch via de gemeente, een deel kunt u uitbesteden aan een notaris of administratiekantoor, en de rest kunt u verdelen.
In welke volgorde begin ik?
Fase 1 en 2 op volgorde, want daar zitten termijnen in. Binnen fase 3 begint u bij wat dekking raakt of geld kost.
Hoeveel tijd kost dit gemiddeld?
Dat verschilt enorm: van enkele dagen bij een eenvoudige nalatenschap tot vele tientallen uren bij een woning, een onderneming of buitenlands vermogen.
Wat als ik iets vergeet?
De meeste punten hebben geen termijn en zijn later alsnog te regelen. Alleen de belastingaangiftes en de uitvaart hebben een harde datum.
Kan ik dit overzicht op maat krijgen?
Dat is precies wat de Regelcheck doet: dezelfde structuur, maar dan met alleen de punten die in uw situatie spelen.
Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort