Naar de hoofdinhoud
Nabestaandenplanner
Menu

Erfbelasting voor kinderen berekenen

Een kind heeft in 2026 een vrijstelling van € 26.230 en betaalt daarboven 10% erfbelasting, en 20% over het deel boven € 158.669. Een kind dat € 80.000 erft, betaalt daardoor € 5.377.

Laatst gecontroleerd op 15 sep 2026 · bron: Belastingdienst

Team NabestaandenPlannerredactie · bijgewerkt op 15 sep 2026Over de Regelcheck

Kinderen zijn in de erfbelasting de meest voorkomende groep. Het is ook de groep met de duidelijkste regels: één vrijstelling en twee tarieven. De rekensom gaat per kind apart.

De bedragen voor een kind

OnderdeelBedrag 2026
Vrijstelling per kind€ 26.230
Tarief tot € 158.669 boven de vrijstelling10%
Tarief daarboven20%

Eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen hebben dezelfde vrijstelling. Bij pleegkinderen gaat het om kinderen die door de overledene zijn opgevoed én onderhouden als eigen kind.

Een kind met een beperking heeft onder twee voorwaarden een hogere vrijstelling van € 78.671. De eerste voorwaarde gaat over inkomen. Het kind verdient de komende drie jaar met passend werk waarschijnlijk minder dan de helft van een werknemer zonder beperking. De tweede gaat over onderhoud: de overledene betaalde meer dan de helft van de kosten van levensonderhoud.

Drie rekenvoorbeelden

Een kind erft € 80.000. Na aftrek van € 26.230 blijft € 53.770 belast. Tegen 10% is dat € 5.377.

Een kind erft € 250.000. Na aftrek blijft € 223.770 over. Daarvan valt € 158.669 in de eerste schijf: 10% is € 15.867. De resterende € 65.101 valt in de tweede schijf: 20% is € 13.020. Samen € 28.887.

Vier kinderen erven samen € 320.000. Ieder krijgt € 80.000 en betaalt dus € 5.377. Samen € 21.508. De vrijstelling en de schijfgrens gelden per kind, niet per nalatenschap — dat scheelt hier duizenden euro’s ten opzichte van één gezamenlijke berekening.

Merk op dat het derde voorbeeld hetzelfde bedrag oplevert als het eerste, maar dan vier keer. Dat is geen toeval: de rekensom gaat per kind, en ieder kind begint opnieuw bij zijn eigen vrijstelling en bij de eerste schijf.

De wettelijke verdeling maakt het ingewikkeld

Leeft de partner van de overledene nog en is er geen testament, dan geldt meestal de wettelijke verdeling. De langstlevende krijgt alles; de kinderen krijgen een vordering op hem of haar, die pas opeisbaar is bij diens overlijden.

Fiscaal verandert dat niets aan de plicht: de kinderen verkrijgen en betalen erfbelasting over hun deel. Het geld krijgen ze pas later — soms decennia later.

In de praktijk voldoet de langstlevende die aanslagen vaak. Dat is een onderlinge afspraak; leg hem vast, want bij het tweede overlijden speelt hij opnieuw. Zie Erfbelasting betalen terwijl het geld nog vaststaat.

Welke verdeling in uw situatie geldt, hangt af van het testament of van de wet. Doe de Regelcheck om te zien wat er bij u speelt. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.

Is er wél een testament, dan kan daarin van de wettelijke verdeling worden afgeweken. Bijvoorbeeld door de kinderen hun deel direct te geven, of juist door de langstlevende meer zekerheid te bieden. Voor de erfbelasting verandert dat alleen de hoogte van ieders erfdeel, niet de rekenregel.

Zo rekent u het uit

  1. Bepaal de nalatenschap: bezittingen minus schulden, op de overlijdensdatum.
  2. Bepaal uw erfdeel volgens testament of wet. Bij drie kinderen en geen partner is dat een derde.
  3. Trek € 26.230 af. Blijft er niets over, dan betaalt u geen erfbelasting.
  4. Splits de rest bij € 158.669 en pas 10% en 20% toe.
  5. Tel de twee uitkomsten op. Dat is uw aanslag, voordat eventuele verminderingen meespelen.

Stiefkinderen, pleegkinderen en adoptie

Voor de erfbelasting tellen stiefkinderen en pleegkinderen als kind: dezelfde vrijstelling van € 26.230 en hetzelfde tarief van 10% en 20%.

Een stiefkind is het kind van de partner van de overledene. Een pleegkind is een kind dat door de overledene is opgevoed én onderhouden als eigen kind. Beide eisen tellen: alleen in huis wonen is niet genoeg.

Een geadopteerd kind is juridisch gewoon kind en valt zonder meer in deze groep.

Let op het verschil met het erfrecht. Fiscaal gelijk behandeld worden betekent niet dat iemand automatisch erfgenaam is. Een stiefkind erft volgens de wet niets van zijn stiefouder; daar is een testament voor nodig. De fiscale gelijkstelling gaat over het tarief, niet over de vraag wie erft.

Wanneer u niets hoeft te betalen

Blijft uw erfdeel onder € 26.230, dan betaalt u geen erfbelasting. Bij drie kinderen en een nalatenschap van € 70.000 komt niemand boven de vrijstelling uit.

Dat betekent niet automatisch dat u niets hoeft te doen. Krijgt u een aangiftebrief, dan vult u die in, ook bij een uitkomst van nul.

Twijfelt u of u eronder blijft, reken dan met de schulden erbij. Neem een nalatenschap van € 90.000, met een uitvaartnota van € 9.000 en € 3.000 aan openstaande rekeningen. Het saldo is dan € 78.000. Bij drie kinderen is dat € 26.000 per persoon: net onder de vrijstelling.

Een rekenvoorbeeld met een woning

De nalatenschap bestaat uit een woning met een WOZ-waarde van € 380.000, een hypotheek van € 120.000 en € 22.000 op de bankrekening. De uitvaart kostte € 9.000, waarvan de verzekering € 5.000 betaalde.

PostBedrag
Woning (WOZ)€ 380.000
Bankrekening€ 22.000
Hypotheek€ 120.000
Uitvaartkosten na aftrek verzekering€ 4.000
Saldo nalatenschap€ 278.000

Twee kinderen erven ieder € 139.000. Na aftrek van € 26.230 blijft € 112.770 belast. Tegen 10% is dat € 11.277 per kind, samen € 22.554.

Beschikbaar aan geld is € 22.000 minus de uitvaart die al betaald is. De aanslagen komen dus grotendeels uit de woning, en die moet daarvoor verkocht of bezwaard worden. Reken daar vroeg mee.

Wat er vaak misgaat

De hele nalatenschap wordt door één vrijstelling gehaald. Ieder kind heeft zijn eigen € 26.230.

De schijfgrens wordt op de nalatenschap toegepast in plaats van per kind. Drie kinderen die samen € 400.000 erven, blijven ieder onder de grens.

Een stiefkind wordt als “overige erfgenaam” opgevoerd. Stiefkinderen hebben dezelfde vrijstelling als eigen kinderen.

De vordering uit de wettelijke verdeling wordt vergeten in de aangifte, omdat er nog geen geld is uitgekeerd.

Er wordt aangenomen dat de langstlevende ouder de aanslagen van de kinderen betaalt, zonder dat iemand dat heeft afgesproken. Bij het tweede overlijden is dan onduidelijk of het een gift of een voorschot was.

Veelgestelde vragen

Mijn ouder was hertrouwd. Erf ik dan minder?

Dat hangt van het testament en het huwelijksvermogensrecht af, niet van de erfbelasting. De fiscale regels blijven gelijk; alleen de hoogte van uw erfdeel verandert.

Telt een schenking van vroeger mee?

Een schenking binnen 180 dagen vóór het overlijden telt mee voor de erfbelasting. Oudere schenkingen niet, al kunnen ze bij de verdeling wel meespelen als er iets over is afgesproken.

Mijn kind is minderjarig en erft van zijn opa. Wat nu?

Het kind is verkrijger met zijn eigen vrijstelling; u handelt namens hem. Let op: van een grootouder erven betekent het kleinkindtarief van 18%. Zie Erfbelasting voor kleinkinderen.

Kan ik mijn erfdeel doorgeven aan mijn eigen kinderen?

Dat kan, maar fiscaal is het dan een schenking van u aan hen, met eigen regels. Het verlaagt uw eigen erfbelasting niet.

Wat als ik de erfenis niet wil?

Verwerpen kan, maar alleen vóórdat u de erfenis aanvaardt, en u krijgt dan niets. Bij schulden kan beneficiair aanvaarden een betere route zijn; laat u daarover adviseren voordat u tekent.

Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort

Nabestaandenplanner

Nabestaandenplanner.nl helpt u administratieve zaken te organiseren. De informatie is algemeen en vervangt geen juridisch, fiscaal of financieel advies. Keuzes die u maakt op basis van deze website zijn voor eigen rekening en risico. Lees de voorwaarden, waaronder onze aansprakelijkheid.