Naar de hoofdinhoud
Nabestaandenplanner
Menu

Vrijstellingen erfbelasting 2026 per relatie

Uw vrijstelling is het bedrag dat u belastingvrij mag erven, en die loopt in 2026 uiteen van € 828.035 voor een partner tot € 2.769 voor een broer, neef of vriend. Blijft uw erfdeel onder dat bedrag, dan betaalt u geen erfbelasting.

Laatst gecontroleerd op 14 sep 2026 · bron: Belastingdienst

Team NabestaandenPlannerredactie · bijgewerkt op 14 sep 2026Over de Regelcheck

De vrijstelling is de eerste stap in elke berekening. Pas over wat er boven uitkomt, betaalt u erfbelasting. Hoe hoog die vrijstelling is, hangt volledig af van wie u was ten opzichte van de overledene. Een partner en een buurman zitten aan de twee uiteinden van dezelfde tabel.

De bedragen van 2026

Relatie tot de overledeneVrijstelling 2026
Echtgenoot, geregistreerd partner of samenwonend partner€ 828.035
Kind, pleegkind of stiefkind€ 26.230
Kleinkind€ 26.230
Achterkleinkind€ 2.769
Kind met een beperking, onder voorwaarden€ 78.671
Ouder, samen met de andere ouder als beiden erven€ 62.110
Overige erfgenamen: broer, zus, neef, nicht, vriend€ 2.769

De vrijstelling geldt per persoon. Erven drie kinderen, dan heeft ieder zijn eigen € 26.230 — het bedrag wordt niet gedeeld.

De partnervrijstelling

Met € 828.035 is deze vrijstelling zo hoog dat de meeste langstlevende partners geen erfbelasting betalen. Twee dingen zijn belangrijk.

Ten eerste: wie als partner telt, ligt vast. Getrouwd of geregistreerd partner is altijd voldoende. Voor samenwonenden gelden voorwaarden; die staan verderop op deze pagina. Zie ook Partnervrijstelling erfbelasting: voorwaarden.

Ten tweede: de vrijstelling wordt verlaagd als u een nabestaandenpensioen of een lijfrente krijgt. De helft van de waarde van uw toekomstige uitkeringen gaat van de vrijstelling af. Dat heet imputatie. Hoe hoog uw pensioen ook is, u houdt altijd een minimumvrijstelling; in 2026 is die € 213.915.

Erven beide partners van dezelfde overledene, dan worden hun verkrijgingen bij elkaar opgeteld en wordt de vrijstelling maar één keer afgetrokken.

Broers, zussen en anderen

Hier ligt de pijn. Een broer, een zus, een neef, een goede vriend of een buurvrouw die iets nalaat krijgt: allemaal € 2.769 vrijstelling en daarna 30% belasting. Wie iemand buiten de eerste graad wil bevoordelen, moet weten dat er ongeveer een derde naar de Belastingdienst gaat. Zie Erfbelasting voor broers, zussen en derden.

Zo bepaalt u uw vrijstelling

  1. Stel uw relatie tot de overledene vast zoals de wet die ziet, niet zoals u die zelf zou omschrijven. Een langdurige vriendschap is fiscaal geen familie.
  2. Was u partner, controleer dan of u aan de voorwaarden voldoet. Bij samenwonen hangt dat aan het contract en de duur van de gezamenlijke huishouding.
  3. Zoek uw vrijstelling op in de tabel hierboven, bij het jaar waarin het overlijden viel.
  4. Trek de vrijstelling van uw erfdeel af. Komt u onder nul, dan betaalt u geen erfbelasting — de aangifteplicht kan wel blijven bestaan.

Wie telt als kind, pleegkind of stiefkind

Voor de erfbelasting zijn eigen kinderen, stiefkinderen en pleegkinderen gelijk: allemaal € 26.230. Bij stiefkinderen gaat het om de kinderen van de partner van de overledene. Bij pleegkinderen gaat het om kinderen die door de overledene zijn opgevoed én onderhouden als eigen kind. Beide eisen tellen: alleen in huis wonen is niet genoeg, er moet ook een financiële band zijn geweest voor de kosten van de opvoeding.

Een schoonzoon of schoondochter is geen kind. Erft die rechtstreeks, dan geldt de vrijstelling van € 2.769 en het tarief van 30%. Dat is een klassieke verrassing bij testamenten die de kinderen en hun partners samen bedenken.

Een kleinkind heeft dezelfde vrijstelling van € 26.230, maar betaalt daarboven een hoger tarief. Een achterkleinkind valt terug op € 2.769. Zie Erfbelasting voor kleinkinderen.

Voor een kind met een beperking geldt onder twee voorwaarden € 78.671. De eerste gaat over inkomen. Het kind verdient de komende drie jaar met passend werk waarschijnlijk minder dan de helft van wat iemand zonder beperking verdient. De tweede gaat over onderhoud: de overledene betaalde meer dan de helft van de kosten van levensonderhoud.

Samenwonen: de voorwaarden bepalen alles

Getrouwde partners en geregistreerd partners hoeven niets te bewijzen. Voor samenwonenden ligt het anders. Zij moeten aan voorwaarden voldoen om de partnervrijstelling te krijgen.

Er zijn vijf voorwaarden. U heeft een notarieel samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting. U bent allebei meerderjarig. U staat allebei op hetzelfde adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen. U bent geen bloedverwanten in de rechte lijn. En er is geen ander die voor de erfbelasting uw partner is.

Aan die voorwaarden moet ten minste zes maanden vóór het overlijden zijn voldaan. Heeft u geen notarieel contract, dan telt u alsnog als partner als u vijf jaar onafgebroken op hetzelfde adres stond ingeschreven.

Het verschil is niet klein. Voldoet u aan de voorwaarden, dan is de vrijstelling € 828.035. Voldoet u er niet aan, dan is het € 2.769 en begint het tarief bij 30%. Bij een gezamenlijke woning van vier ton scheelt dat een bedrag waarvoor de langstlevende de woning zou moeten verkopen.

Welke vrijstelling voor u geldt, hangt af van uw relatie tot de overledene en — bij samenwonen — van uw contract en inschrijving. Doe de Regelcheck om te zien welke vrijstelling in uw situatie van toepassing is; gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.

Goede doelen betalen niets

Een erfenis aan een algemeen nut beogende instelling, een ANBI, is vrijgesteld van erfbelasting. Dat maakt nalaten aan een goed doel fiscaal gunstiger dan nalaten aan een vriend. Zie Nalaten aan een goed doel en de ANBI-vrijstelling.

De uitzondering voor ouders

Iedere erfgenaam heeft een eigen vrijstelling, met één uitzondering: ouders. Erven beide ouders van hetzelfde kind, dan delen zij samen € 62.110. Erft er maar één ouder, dan geldt dat bedrag voor die ouder alleen.

Dat een ouder van een kind erft komt minder vaak voor dan andersom, maar het gebeurt. Overlijdt iemand zonder partner en zonder kinderen, dan zijn de ouders volgens de wet erfgenaam. Broers en zussen erven dan mee.

Vrijstelling en aangifteplicht zijn twee dingen

Onder uw vrijstelling blijven betekent dat u niets hoeft te betalen. Het betekent niet automatisch dat u niets hoeft te doen.

Krijgt u een aangiftebrief, dan vult u die in, ook bij een uitkomst van nul. Dat voelt overbodig, maar de Belastingdienst stelt zelf vast of de vrijstelling inderdaad wordt gehaald. Uw berekening is een opgave, geen beslissing.

Wat er vaak misgaat

De vrijstelling wordt gedeeld tussen erfgenamen. Dat gebeurt niet: iedere erfgenaam heeft zijn eigen bedrag, met als uitzondering de ouders, die samen op € 62.110 komen.

Samenwonende partners nemen de partnervrijstelling aan zonder aan de voorwaarden te voldoen. Het verschil tussen € 828.035 en € 2.769 is dan het verschil tussen geen belasting en tienduizenden euro’s.

De vrijstelling van het overlijdensjaar wordt verward met die van het jaar van de aangifte. Bij een overlijden in 2026 gelden de bedragen van 2026, ook als de aangifte pas in 2027 binnen is.

Veelgestelde vragen

Moet ik aangifte doen als ik onder de vrijstelling blijf?

Mogelijk wel. Krijgt u een aangiftebrief van de Belastingdienst, dan moet u die invullen, ook als er niets te betalen valt. Zie Wie moet de aangifte erfbelasting doen?.

Telt een uitkering uit een levensverzekering mee?

Vaak wel. Een uitkering die door het overlijden tot stand komt, kan als verkrijging meetellen en daarmee uw vrijstelling opgebruiken. Of dat in uw geval zo is, hangt af van wie de premie betaalde.

Geldt de vrijstelling ook voor een woning?

Ja. De vrijstelling gaat af van uw hele erfdeel, ongeacht waaruit dat bestaat. Een woning telt mee voor de WOZ-waarde; zie Erfbelasting over een geërfde woning.

Mijn ouders zijn beiden erfgenaam — hoe werkt dat?

Ouders delen één vrijstelling van € 62.110 als zij beiden van hetzelfde kind erven. Dat is een uitzondering op de regel dat iedere erfgenaam zijn eigen vrijstelling heeft.

Kan ik mijn vrijstelling doorgeven aan een andere erfgenaam?

Nee. De vrijstelling hoort bij de persoon en bij diens relatie tot de overledene. U kunt hem niet overdragen, niet delen en niet bewaren voor een volgende erfenis. Wie zijn erfdeel deels doorgeeft aan een ander, verschuift daarmee ook geen vrijstelling. De ontvanger krijgt dan een schenking. Daarvoor gelden eigen regels en eigen vrijstellingen.

Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort

Nabestaandenplanner

Nabestaandenplanner.nl helpt u administratieve zaken te organiseren. De informatie is algemeen en vervangt geen juridisch, fiscaal of financieel advies. Keuzes die u maakt op basis van deze website zijn voor eigen rekening en risico. Lees de voorwaarden, waaronder onze aansprakelijkheid.