Belastingteruggaaf over het overlijdensjaar
Over het jaar van overlijden is vaak te veel inkomstenbelasting ingehouden, omdat loon en pensioen op een heel jaar waren berekend terwijl het inkomen halverwege stopte. Die teruggaaf krijgt u alleen via de aangifte met het F-formulier, die vóór 1 mei na het jaar van overlijden binnen moet zijn; het geld hoort bij de nalatenschap.
Laatst gecontroleerd op 19 sep 2026 · bron: Belastingdienst, Belasting betalen over postuum loon of een uitkering na overlijden
De aangifte inkomstenbelasting van een overledene voelt als een verplichting. In de praktijk levert hij vaak geld op. Wie hem overslaat omdat “er toch geen inkomen meer is”, laat een teruggaaf liggen die bij de nalatenschap hoort.
Waarom er meestal geld terugkomt
Loonbelasting wordt ingehouden alsof het inkomen een heel jaar doorloopt. De heffingskortingen en de belastingschijven zijn op twaalf maanden berekend.
Overlijdt iemand in april, dan is er over vier maanden loon of pensioen ingehouden op basis van een jaartarief. In de aangifte wordt het werkelijke jaarinkomen bekeken, en dat is lager.
Het verschil komt terug. Hoe vroeger in het jaar het overlijden, hoe groter het verschil meestal is.
Daar komen aftrekposten bij die in het overlijdensjaar vaak hoog zijn: zorgkosten in de laatste maanden, en soms giften.
Het F-formulier
De aangifte van een overledene gaat met een apart formulier, het F-formulier. De nabestaanden krijgen dat meestal toegestuurd; u kunt het ook opvragen bij de Belastingdienst.
De aangifte moet vóór 1 mei van het jaar na het overlijden binnen zijn. Met een nabestaandenmachtiging kunt u online uitstel vragen.
Het F-formulier vervangt de gewone aangifte over dat jaar. Doe dus niet zelf “gewoon” aangifte met de DigiD van de overledene; die is na het overlijden geblokkeerd.
Postuum loon, dus het laatste salaris en het vakantiegeld, geeft u op in deze aangifte, of ieder voor zijn aandeel in de eigen aangifte.
Zo regelt u het
- Wacht de brief van de Belastingdienst af of vraag het F-formulier aan.
- Verzamel de jaaropgaven van werkgever, pensioenfonds, SVB en UWV over het overlijdensjaar.
- Verzamel de aftrekposten: zorgkosten, giften, betaalde partneralimentatie, en de hypotheekgegevens tot de overlijdensdatum.
- Vul de aangifte in tot de datum van overlijden. Inkomen ná die datum hoort bij de nalatenschap of bij de nabestaanden.
- Geef een rekeningnummer op voor de teruggaaf. De rekening van de overledene kan nog ontvangen zolang zij niet is opgeheven.
- Neem de teruggaaf op in de boedelbeschrijving en in de aangifte erfbelasting, als vordering op de Belastingdienst.
Wat er in de aangifte hoort
| Onderdeel | Tot wanneer |
|---|---|
| Loon, pensioen, AOW, uitkering | Tot en met de dag van overlijden |
| Postuum loon: laatste salaris en vakantiegeld | Hoort erbij, als loon uit vroegere dienstbetrekking |
| Eigen woning en hypotheekrente | Tot en met de dag van overlijden |
| Box 3-vermogen | Naar de peildatum van 1 januari van het overlijdensjaar |
| Zorgkosten en giften | Betaald tot en met de dag van overlijden |
De overlijdensuitkering van de werkgever hoort hier niet bij. Die is tot drie maandlonen vrij van loonbelasting en komt toe aan de nabestaande, niet aan de overledene.
Hoe uw aangifte in elkaar zit, hangt af van het inkomen en de aftrekposten van de overledene. Doe de Regelcheck om te zien wat er bij u speelt. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.
Als er een fiscale partner was
Had de overledene een fiscale partner, dan kunnen inkomsten en aftrekposten in het overlijdensjaar nog worden verdeeld tussen beide partners.
Dat kan de teruggaaf verhogen. Aftrekposten kunnen worden toegerekend aan de partner met het hoogste inkomen. De heffingskortingen worden bekeken over het deel van het jaar waarin het partnerschap bestond.
De aangifte van de partner over dat jaar en het F-formulier van de overledene hangen dus samen. Doe ze bij voorkeur tegelijk, of laat ze door dezelfde persoon invullen.
Wat de teruggaaf betekent voor de erfbelasting
Een teruggaaf inkomstenbelasting over het overlijdensjaar is geld dat de overledene toekwam. Het is een vordering op de Belastingdienst en hoort bij de nalatenschap.
In de aangifte erfbelasting neemt u die vordering op aan de bezittingenkant. Andersom geldt hetzelfde: moet er inkomstenbelasting worden bijbetaald, dan is dat een schuld van de nalatenschap.
Is de aanslag inkomstenbelasting nog niet bekend als u aangifte erfbelasting doet, schat het bedrag dan en geef aan dat het een schatting is. Wijkt de aanslag later af, dan kunt u de aangifte erfbelasting laten aanpassen.
Wat er vaak misgaat
Het F-formulier wordt niet ingevuld, omdat niemand weet dat er een teruggaaf in zit.
De rekening van de overledene is al opgeheven als de teruggaaf komt, en de Belastingdienst kan niet uitbetalen.
Postuum loon wordt vergeten, terwijl de jaaropgave van de werkgever het vermeldt.
Zorgkosten uit de laatste maanden worden niet opgevoerd, omdat de nota’s pas na het overlijden binnenkwamen.
De teruggaaf wordt niet opgenomen in de aangifte erfbelasting, en later stelt de Belastingdienst er vragen over.
Als er juist moet worden bijbetaald
Niet elk overlijdensjaar levert een teruggaaf op. Bij een verkochte woning, een afgekochte lijfrente of een hoge bijverdienste kan er bijbetaald moeten worden.
Die aanslag is een schuld van de nalatenschap. Notaris.nl schrijft: u betaalt de belasting die de overledene nog verschuldigd was, van de bankrekening van de overledene als daar genoeg op staat.
Zijn er meer schulden dan bezittingen, dan wordt de aanslag meegenomen in de vereffening. De Belastingdienst kan daarbij een preferente schuldeiser zijn.
Betaal een aanslag daarom niet uit eigen zak zolang niet vaststaat dat de nalatenschap positief is.
Wat u nodig heeft om in te vullen
Het F-formulier vraagt dezelfde gegevens als een gewone aangifte, maar u heeft ze niet in uw hoofd. Verzamel ze vooraf, dan is het invullen een middag werk.
De jaaropgaven van werkgever, pensioenfonds, SVB en UWV over het overlijdensjaar. Die komen begin van het jaar erna; vraag ze op als ze niet vanzelf komen.
De jaaroverzichten van de banken met de saldi op 1 januari, en de hypotheekjaaropgave met de betaalde rente tot de overlijdensdatum.
De nota’s van zorgkosten en de bewijzen van giften, gesorteerd op datum.
En de aangifte van het jaar ervoor. Daarin staat wat de overledene gewend was op te geven, en dat voorkomt dat u een aftrekpost vergeet.
Wilt u het niet zelf doen, dan kan een belastingadviseur of een administratiekantoor het F-formulier invullen. De kosten daarvan zijn een schuld van de nalatenschap.
Veelgestelde vragen
Moet ik aangifte doen voor een overledene?
Ja, met het F-formulier, vóór 1 mei van het jaar na het overlijden. Vaak levert dat een teruggaaf op, omdat de loonbelasting op een heel jaar was berekend.
Waar gaat de teruggaaf naartoe?
Naar het rekeningnummer dat u in de aangifte opgeeft. De rekening van de overledene kan nog ontvangen zolang zij niet is opgeheven. Het geld hoort bij de nalatenschap.
Hoort de teruggaaf bij de erfbelasting?
Ja. Het is een vordering op de Belastingdienst en telt mee als bezitting van de nalatenschap. Een bijbetaling telt als schuld.
Kan ik uitstel krijgen?
Ja. Met een nabestaandenmachtiging kunt u online uitstel vragen voor het F-formulier. Vraag het aan vóór 1 mei.
Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort