Ik was mantelzorger: wat verandert er nu?
Mantelzorg geeft geen extra erfrecht: u erft wat de wet of het testament u toekent, en de erfbelasting kent geen aparte vrijstelling voor mantelzorgers. Wel heeft u 3 aanspraken die anderen niet hebben: als u met de overledene een duurzame gemeenschappelijke huishouding had, mag u de woning en de inboedel 6 maanden blijven gebruiken (artikel 4:28 BW); als u als kind, kleinkind, stief- of pleegkind onbetaald in de huishouding heeft gewerkt, kunt u binnen 9 maanden een billijke vergoeding vragen (artikelen 4:36 en 4:37 BW); en de zorgovereenkomst uit een pgb wordt tot de overlijdensdatum afgerekend.
Laatst gecontroleerd op 20 sep 2026 · bron: Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikelen 4:28, 4:36 en 4:37
Jarenlang was u er elke dag: boodschappen, medicijnen, de was, de nachten. Nu is het voorbij, en tegelijk begint iets anders. De nalatenschap, de broers en zussen die vragen stellen, de vraag of uw jaren iets waard waren. Juridisch is het antwoord nuchter. Mantelzorg geeft geen extra erfrecht, maar wel een paar aanspraken die u moet kennen, omdat zij verlopen als u ze niet op tijd inroept.
Wat u erft
U erft wat de wet of het testament zegt, niet meer en niet minder. Bent u een kind, dan erft u gelijk met uw broers en zussen. Bent u een partner zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan erft u zonder testament niets. Bent u een buurvrouw of vriend, dan ook niet. Heeft de overledene u in een testament iets nagelaten, dan is dat de erkenning; anders is er geen automatische beloning voor de zorg.
De erfbelasting kent geen aparte vrijstelling voor mantelzorgers. U wordt belast naar uw relatie tot de overledene. Als kind met de vrijstelling en het tarief voor kinderen, als samenwoner alleen als partner als u aan de voorwaarden daarvoor voldoet, anders als overige verkrijger.
| Aanspraak | Voor wie | Termijn |
|---|---|---|
| Zes maanden voortgezet gebruik van woning en inboedel (4:28 lid 2 BW) | Wie tot het overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overledene had | Vanaf het overlijden, zes maanden |
| Billijke vergoeding voor onbetaald werk in de huishouding (4:36 BW) | Kind, stiefkind, pleegkind, behuwdkind of kleinkind dat als meerderjarige zonder passende beloning werkte | Aanspraak maken uiterlijk 9 maanden na het overlijden; opeisbaar na 6 maanden; verjaart na 1 jaar |
| Voortzetting van de huur (7:268 BW) | Medehuurder: meteen; huisgenoot met duurzame gemeenschappelijke huishouding: 6 maanden, daarna via de rechter | Binnen 6 maanden de rechter vragen |
| Afrekening zorgovereenkomst pgb | Wie uit het pgb van de overledene werd betaald | Tot en met de overlijdensdatum |
Zo pakt u het aan
- Stel uw positie vast: erfgenaam of niet, en op welke grond. Vraag het testament op via het Centraal Testamentenregister; een mantelzorger staat er vaker in dan hij denkt.
- Blijf voorlopig in de woning als u er woonde. Het recht op zes maanden voortgezet gebruik geldt tegenover de erfgenamen. Meld hen schriftelijk dat u er een beroep op doet.
- Beslis over de billijke vergoeding. Heeft u als meerderjarig kind, kleinkind, stief- of pleegkind jarenlang onbetaald in de huishouding gewerkt, dan kunt u een som ineens vragen van de gezamenlijke erfgenamen. Doe dat schriftelijk, uiterlijk 9 maanden na het overlijden. Wat u al heeft ontvangen als beloning, gaat eraf, en alle sommen samen zijn maximaal de helft van de nalatenschap.
- Sluit het pgb af. Meld het overlijden bij de SVB als u de administratie deed, en vraag hoe de laatste zorgperiode wordt afgerekend. Uw zorgovereenkomst eindigt met het overlijden van de budgethouder.
- Draag de administratie over aan de erfgenamen of de executeur: bankpassen, inlogcodes, machtigingen, contactpersonen bij de zorg. Maak een lijst van wat u overdraagt en laat ervoor tekenen.
- Leg vast wat u voorschoot. Boodschappen, medicijnen, de kapper, een rolstoel: wat u uit eigen zak betaalde voor de overledene, is een vordering op de nalatenschap als u het kunt aantonen.
De billijke vergoeding
Artikel 4:36 BW is geschreven voor het kind dat jaren in het bedrijf of de huishouding van een ouder werkte zonder loon. Mantelzorg in de huishouding kan daaronder vallen. De vergoeding is “billijk”. Geen uurloon maal uren, maar wat redelijk is gezien de omvang van het werk, wat u ervoor terugkreeg en de omvang van de nalatenschap. De wet trekt af wat u al kreeg, ook wat u via het testament of een verzekering ontvangt als dat als beloning geldt.
De aanspraak is een vordering op alle erfgenamen samen. Zij komt uit het deel van de nalatenschap waarover geen testament is gemaakt, en pas daarna uit de legaten en erfstellingen. Broers en zussen vinden er iets van; daarom werkt een schriftelijk voorstel met een onderbouwing beter dan een eis. Komt u er niet uit, dan beslist de rechter, maar de termijnen lopen intussen door.
Welke aanspraken u in uw situatie heeft en welke termijn daarbij loopt, ziet u na de Regelcheck. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.
Uw eigen leven na de zorg
Mantelzorg was vaak ook een inkomen of een deel daarvan: een vergoeding uit het pgb, kostgeld, een bijdrage in de huur. Dat stopt. Kijk wat er voor u geldt. Wie inkomen uit het pgb had, is bij een overeenkomst met een familielid vaak niet verzekerd voor werkloosheid. Vraag het UWV en de gemeente wat mogelijk is. Wie de eigen baan had teruggebracht, kan met de werkgever overleggen over uitbreiding. Wie in de woning van de overledene woonde, heeft zes maanden om iets anders te vinden, of overlegt met de erfgenamen over kopen of huren.
En vraag uw huisarts of het steunpunt mantelzorg in uw gemeente naar nazorg. Het einde van jaren zorg is een verlies op zich, los van het overlijden.
Als u zelf erfgenaam bent en de zorg deed
Dan speelt vaak een vraag van de andere erfgenamen: heeft u geld gekregen, opgenomen of gehad dat verrekend moet worden. Hoe opener u bent, hoe sneller het klaar is. Laat de bankafschriften zien, leg uit wat u opnam en waarvoor, en leg uw eigen voorschotten ernaast. Schenkingen die de overledene u bij leven deed, hoeven alleen te worden ingebracht als het testament dat bepaalt, maar tellen wel mee voor de legitieme portie van de anderen als die daarop een beroep doen.
Wat er vaak misgaat
De mantelzorger verlaat de woning in de eerste week omdat de erfgenamen dat vragen, terwijl hij zes maanden mocht blijven.
De aanspraak op een billijke vergoeding wordt na een jaar pas genoemd, als zij is vervallen.
De voorschotten van jaren zijn nergens vastgelegd en worden niet vergoed.
De bankpas van de overledene wordt na het overlijden nog gebruikt voor lopende kosten, en de andere erfgenamen zien dat als onttrekking.
Het pgb loopt door omdat niemand de SVB heeft gebeld, en er volgt een terugvordering.
Wat u meeneemt naar het gesprek met de erfgenamen
Kom niet met een eis, maar met een dossier. Een overzicht van de jaren zorg: sinds wanneer, hoeveel uur per week, welke taken, of er een pgb-overeenkomst was en wat die betaalde. Een lijst van wat u voorschoot, met bonnen of afschriften. Een kopie van het samenlevingscontract of het bewijs van inschrijving op hetzelfde adres, als u bij de overledene woonde. En de artikelen waar u een beroep op doet: 4:28 voor de zes maanden in de woning, 4:36 en 4:37 voor de billijke vergoeding.
Zeg erbij wat u vraagt en waarom u dat redelijk vindt, en vraag de anderen om binnen een vaste termijn te reageren. Komt er geen antwoord, dan heeft u in elk geval aantoonbaar binnen 9 maanden aanspraak gemaakt. Komt er wel antwoord, dan is een notaris of mediator vaak genoeg om het af te ronden zonder rechter.
Veelgestelde vragen
Erf ik extra omdat ik mantelzorger was?
Nee. U erft wat de wet of het testament u toekent. Een testament kan de zorg erkennen met een legaat of een groter erfdeel.
Mag ik in de woning blijven?
Als u met de overledene een duurzame gemeenschappelijke huishouding had: zes maanden, tegenover de erfgenamen. Bij een huurwoning kunt u binnen die zes maanden de rechter om voortzetting vragen.
Kan ik een vergoeding vragen voor mijn zorg?
Als kind, kleinkind, stief- of pleegkind dat als meerderjarige onbetaald in de huishouding werkte. Ja, een billijke vergoeding, mits u dat uiterlijk 9 maanden na het overlijden schriftelijk vraagt.
Wat gebeurt er met het pgb?
Het eindigt met het overlijden van de budgethouder. De laatste zorgperiode wordt tot en met de overlijdensdatum afgerekend; meld het bij de SVB.
Moet ik verantwoording afleggen aan mijn broers en zussen?
Niet formeel, tenzij u gevolmachtigde of bewindvoerder was. Praktisch wel: openheid over de bankafschriften voorkomt dat de zorg een geschil wordt.
Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort