Erfenis bij een tweede huwelijk en stiefkinderen
Bij een tweede huwelijk zonder testament geldt de wettelijke verdeling: de nieuwe echtgenoot krijgt alle bezittingen en de eigen kinderen van de overledene, ook die uit het eerste huwelijk, krijgen een geldvordering die pas opeisbaar is bij het overlijden van de stiefouder. Stiefkinderen erven niet, tenzij een testament dat regelt, en de eigen kinderen hebben 4 wilsrechten (artikel 4:19 tot en met 4:22 BW) waarmee zij goederen kunnen opeisen als hun ouder hertrouwt of de stiefouder overlijdt.
Laatst gecontroleerd op 20 sep 2026 · bron: Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikelen 13 en 19–22
Een tweede huwelijk brengt twee families bij elkaar, en de wet moet kiezen wie wat krijgt. Zonder testament kiest zij voor de langstlevende echtgenoot, met een vangnet voor de kinderen van de overledene. Stiefkinderen staan buiten dat vangnet. Dit is hoe het werkt, en wat de kinderen kunnen doen.
De wettelijke verdeling bij een tweede huwelijk
Laat iemand een echtgenoot en kinderen na, dan geldt zonder testament de wettelijke verdeling van artikel 4:13 BW. De echtgenoot krijgt van rechtswege alle goederen en neemt de schulden voor zijn rekening. Ieder kind krijgt een geldvordering ter grootte van zijn erfdeel. Die vordering is pas opeisbaar als de echtgenoot overlijdt, failliet gaat of in de schuldsanering komt, of in gevallen die het testament noemt.
Dat geldt ook als de echtgenoot de tweede partner is en de kinderen uit het eerste huwelijk komen. De kinderen moeten dus wachten op het overlijden van hun stiefouder, en tot die tijd beheert de stiefouder het geld.
| Wie | Zonder testament | Wat er speelt |
|---|---|---|
| Tweede echtgenoot | Alle goederen, schulden voor zijn rekening | Mag verkopen, opmaken, schenken |
| Eigen kinderen uit het eerste huwelijk | Geldvordering, opeisbaar bij overlijden van de stiefouder | Wilsrechten; rente alleen als de wettelijke rente boven 6 procent komt |
| Eigen kinderen uit het tweede huwelijk | Zelfde geldvordering | Erven later ook van hun andere ouder |
| Stiefkinderen | Niets | Alleen bij testament; dan wel belast als eigen kind |
De vier wilsrechten
De wetgever zag het risico: het vermogen van de eerste ouder kan via de stiefouder bij diens eigen familie terechtkomen. Daarom hebben de kinderen vier wilsrechten, in de artikelen 4:19 tot en met 4:22 BW.
- Bij hertrouwen van de langstlevende ouder (4:19): het kind kan goederen opeisen tot de waarde van zijn vordering. De ouder houdt het vruchtgebruik, tenzij hij daarvan afziet.
- Bij overlijden van de langstlevende ouder die hertrouwd was (4:20): het kind kan goederen opeisen van de stiefouder.
- Als de eerste ouder de stiefouder was (4:21): heeft het kind een vordering op de stiefouder omdat zijn eigen ouder als tweede overleed, dan kan het goederen opeisen; de stiefouder houdt het vruchtgebruik.
- Bij overlijden van de stiefouder (4:22): het kind kan goederen opeisen van de erfgenamen van de stiefouder.
Een wilsrecht werkt alleen op verzoek van het kind. Niemand hoeft het uit te oefenen; wie het niet doet, houdt de geldvordering. Een testament kan de wilsrechten uitsluiten of juist uitbreiden.
Stiefkinderen
Een stiefkind is een kind van de echtgenoot van wie de overledene niet zelf ouder was. De wet noemt het niet als erfgenaam. Wil iemand zijn stiefkind laten erven, dan moet dat in een testament. Voor de erfbelasting geldt een stiefkind dat bij testament erft wel als eigen kind: dezelfde vrijstelling en hetzelfde tarief.
Heeft de overledene het stiefkind geadopteerd, dan is het een eigen kind en erft het volgens de wet.
Wat u nu vaststelt
- Vraag het testament op. Bij een tweede huwelijk is de kans groot dat er iets is geregeld: een tweetrapsmaking, een beperking van de wettelijke verdeling, een legaat aan stiefkinderen.
- Stel de erfdelen vast. De echtgenoot en ieder kind krijgen een gelijk deel; het erfdeel van een kind wordt de geldvordering.
- Leg de vorderingen vast, met de waarde op de sterfdatum, in een notariële akte of een door alle betrokkenen ondertekende boedelbeschrijving. Zonder dat stuk is de vordering over twintig jaar niet meer te bewijzen.
- Bekijk de wilsrechten. Kinderen uit het eerste huwelijk kunnen nu al goederen opeisen; bespreek of dat wenselijk is.
- Doe de aangifte erfbelasting over de erfdelen. De vorderingen van de kinderen zijn belast, ook al ontvangen zij nu niets; de echtgenoot betaalt die belasting vaak voor.
Welke rechten de kinderen in uw situatie hebben en wat u nu vastlegt, ziet u na de Regelcheck. Gratis, en u ziet uw uitkomst vóór u betaalt.
Als er een testament is
Veel tweede huwelijken kennen een testament dat de wettelijke verdeling aanpast. Drie varianten komen vaak voor.
De tweetrapsmaking. De echtgenoot erft, maar wat bij zijn overlijden over is, gaat naar de kinderen van de eerste. Zo blijft het vermogen in de eigen lijn.
De opeisbaarheidsgronden. Het testament noemt extra momenten waarop de kinderen hun vordering mogen opeisen, bijvoorbeeld bij hertrouwen of bij opname in een verpleeghuis.
Het vruchtgebruiktestament. De kinderen erven de goederen, de echtgenoot krijgt het vruchtgebruik. De kinderen zijn dan eigenaar, maar kunnen niet aan het geld.
Elk van deze varianten verandert wie wat nu krijgt en wie wat later krijgt. Laat de notaris die de verklaring van erfrecht opstelt, uitleggen wat het testament in uw geval doet.
Wat er vaak misgaat
De kinderen uit het eerste huwelijk denken dat zij nu hun kindsdeel krijgen, en de stiefouder denkt dat de kinderen niets krijgen. Beiden zitten ernaast.
De geldvorderingen worden niet vastgelegd, en bij het overlijden van de stiefouder is de omvang niet meer te bewijzen.
De erfbelasting over de vorderingen wordt vergeten, omdat de kinderen “toch niets hebben gekregen”.
Een stiefkind wordt behandeld als erfgenaam zonder dat een testament dat regelt.
Een wilsrecht wordt niet benut, en het huis gaat bij het overlijden van de stiefouder naar diens familie.
De rekening opmaken bij het tweede overlijden
Overlijdt later ook de stiefouder, dan komen de geldvorderingen van de kinderen uit het eerste huwelijk tot uitkering. Zij zijn schulden van de nalatenschap van de stiefouder en gaan vóór de erfdelen van diens eigen erfgenamen. Dat is het moment waarop de vastlegging van de eerste nalatenschap zijn waarde bewijst. Staat de vordering met bedrag en sterfdatum op papier, dan is de uitkering een rekensom. Staat er niets, dan begint een zoektocht naar de aangifte erfbelasting van destijds en de bankafschriften van jaren geleden.
De vordering wordt verhoogd met de wettelijke rente voor zover die hoger was dan 6 procent. De wettelijke rente ligt daar maar zelden boven, en in de andere jaren blijft het bedrag gelijk. Een testament kan een andere rente hebben bepaald. Ook dat staat in de akte die de notaris destijds opstelde.
Veelgestelde vragen
Erven mijn kinderen uit mijn eerste huwelijk als ik hertrouwd ben?
Ja. Zij krijgen een geldvordering op uw echtgenoot ter grootte van hun erfdeel, opeisbaar bij diens overlijden, tenzij een testament anders regelt.
Erft mijn stiefkind?
Niet volgens de wet. Alleen een testament kan een stiefkind laten erven. Voor de erfbelasting geldt het dan als eigen kind.
Wat zijn wilsrechten?
Rechten van de kinderen om goederen op te eisen in plaats van geld, bij hertrouwen van hun ouder of bij overlijden van de stiefouder. Ze staan in de artikelen 4:19 tot en met 4:22 BW.
Moet de stiefouder erfbelasting betalen over de vorderingen van de kinderen?
De kinderen zijn belastingplichtig over hun vordering. In de praktijk betaalt de langstlevende die belasting voor, omdat de kinderen het geld niet ontvangen.
Wanneer krijgen de kinderen uit het eerste huwelijk hun geld?
Bij het overlijden van de stiefouder, of eerder als die failliet gaat of in de schuldsanering komt, of als het testament extra momenten noemt. Tot die tijd hebben zij een vordering, geen geld.
Lees hoe de Regelcheck werktDe Regelcheck opent binnenkort